Exhibition

Een genie in dienst van Europa

February 8, 2013

Leonardo da Vinci in Brussel

by Eveliene Wassen

davinci-expo‘De De Medicis hebben me groot gemaakt, maar ook gesloopt,’ schrijft Leonardo da Vinci in 1515. De inrichting van de Sint Pieter werd namelijk door Paus Leo X, een telg uit dit geslacht, aan Rafaël en aan Michelangelo toevertrouwd. Toch klinkt Da Vinci’s naam tegenwoordig in één adem met beide andere grootheden. Deze spirituele kunstenaar, wetenschapper, uitvinder en humanistisch filosoof is één van de grootste uit deze grote tijd. De tentoonstelling Leonardo da Vinci, The European Genius, in de Basiliek van Koekelberg te Brussel, gaat nader op die ‘unieke’ veelzijdigheid in.

De ondertitel verwijst naar de aanleiding van de expositie, het vijftigjarige bestaan van Europa. Da Vinci zou de incarnatie zijn van het Europese genie en een belangrijke plaats verdienen bij de verjaardag van de ondertekening van het Verdrag van Rome. De tentoonstelling is niet alleen door deze aanleiding, maar ook vanwege haar omvang en inhoud, uitzonderlijk en geniet de Hoge Bescherming van Koning Albert II, van de voorzitter van het Europese Parlement en van de Europese Commissie. Wellicht hierdoor is het gelukt zoveel authentieke stukken van Leonardo da Vinci bij elkaar te krijgen. We zien de originele codex over de Vlucht der Vogels. Naast tekeningen en schilderijen van Da Vinci, toont de expositie originele sculpturen en documenten als kaarten en tekeningen van tijdgenoten als Rafaël, Michelangelo, Botticelli, Verrocchio en Dürer. Ze zijn fascinerend, hoewel niet altijd meteen duidelijk is of je naar een echt exemplaar of naar een replica kijkt.

Het is echter verbazingwekkend dat zo’n prestigieus project zich blind staart op een romantisch ideaal. Want wat is nu eigenlijk precies eeng enie? Volgens René Schyns, commissaris van de tentoonstelling, is Da Vinci een buitengewone, tijdloze persoonlijkheid en een geniale baanbreker in alle kennisdomeinen. ‘Schilder, beeldhouwer, ingenieur, musicus, architect, anatoom, fysicus of uitvinder, Leonardo da Vinci was ongetwijfeld een veelzijdig genie. Deze opmerkelijke figuur uit de renaissance leefde van zijn wetenschap en reisde van mecenas naar mecenas in Italië en Europa, en groeide uit tot een van de meest eminente figuren van de mensheid’ zo ronkt Schyns’ toelichting in de catalogus. Zo’n verklaring past naadloos in de geniecultus van de achttiende en negentiende eeuw.

Filosoof Maarten Doorman beschrijft in De romantische orde (2004) dat deze cultus een universeel bestanddeel was van de romantiek in heel Europa. Kenmerkend voor deze romantische conventie is dat het genie zich weinig aantrekt van regels en zich laat leiden door inspiratie. Maar ook de rede speelt een belangrijke rol omdat deze bemiddelt tussen verstand en verbeelding. De combinatie van Da Vinci’s ver ontwikkelde intellect met zijn bijzonder verfijnde verbeelding en intuïtie, maken hem, in deze context, tot een genie. Door zijn aangeboren talent onderscheidde hij zich al op jonge leeftijd.

Dit kwam tot uiting in zijn vergaande kennis van de menselijke anatomie en zijn absolute beheersing in de voorstelling van de beweging. Hij had een natuurlijke gave voor wiskunde en wetenschappen en hij getuigde van een buitengewone intuïtie die hem zijn hele leven in staat stelde de geheimen van de natuur te doorgronden, aldus Jacques Broun in de catalogus. Da Vinci zocht continu naar geestesvrijheid en wilde de gangbare paden verlaten. Dit kwam ook tot uiting in zijn schilderkunst en beeldhouwwerk. Door zijn onophoudelijke zoektocht en perfectionisme vond hij steeds nieuwe technieken uit, zoals de sfumatotechniek in de schilderkunst. Leonardo hield ervan zijn ideeën op papier te zetten en was niet bang om dogma’s te schenden, wat hem soms in de problemen bracht. Zo moest hij zijn anatomische experimenten (tijdelijk) stopzetten omdat hij werd beschuldigd van heiligschennende praktijken.

Een andere eigenschap van het genie zijn volgens Doorman de diabolische trekken die gepaard zouden gaan met diens creativiteit. ‘Een tweede schepper’ krijgt in de christelijke traditie al snel iets van een alchemist of duivelskunstenaar. Aan het genie kleeft iets bovennatuurlijks en iets onbehaaglijks, iets van de zondebok en iets van de magiër, en dat alles tegelijk heeft een onbestemde aantrekkingskracht. Hoewel Da Vinci in de tentoonstelling niet als ‘een tweede schepper’ wordt gezien, komt wel de boodschap naar voren dat hij met zijn experimenten in de kunst en in de wetenschap heeft gepoogd goddelijke wetten bloot te leggen, aldus Jean-Christophe Hubert in de catalogus. Hij was namelijk continu bezig om de geheimen van de natuur te doorgronden en universele wetten te ontdekken, om een verband te kunnen leggen tussen al deze gebieden. In zijn wetenschappelijke tekeningen heeft Da Vinci een onthutsend gevoel teweeg gebracht dat de wereld nog niet af was en de mens nog veel te ontdekken had.

Leonardo da Vinci past ook binnen de romantische geniecultus vanwege andere clichés. Zo kwam zijn uitzonderlijke karakter tot uiting in zijn spiegelschrift, een neiging die veel voorkomt bij linkshandigen. Tot slot worden originaliteit en scheppingskracht, de uitzonderlijke vermogens van het genie, bij Da Vinci, overschaduwd door een donkere kant. ‘Het genie kent momenten van grote vreugde door zijn eigen onvoorstelbare kwaliteiten, maar altijd gaat dit met leed gepaard’ aldus Doorman. Uit de expositie komt naar voren dat Da Vinci zich miskend voelde. Rafaël en Michelangelo mochten alle belangrijke werken uit te voeren, zoals de schilderkunst in de Sixtijnse Kapel. Leonardo verbitterde en voelde zich onbegrepen. Da Vinci’s echte roem kwam pas na zijn dood.

The European Genius is een romantisch ideaal uit de negentiende eeuw en de toegevoegde waarde van zo’n begrip valt te betwijfelen. Maar als we het perspectief van de tentoonstelling toch serieus nemen, is het nog steeds te betwisten of Da Vinci een genie was. Jacques Broun schrijft dat de legende haar werk goed heeft gedaan. ‘Er hangt zoveel mysterie rond de geboorte en de persoonlijkheid van de jonge Leonardo, rond zijn spiegelhandschrift, rond zijn picturale technieken, de identiteit van zijn modellen en rond de interpretatie van zijn uitvindingen’. Het is daarom van belang de legende van historische waarheid te onderscheiden.

Opvallend is bijvoorbeeld dat de legende niet vertelt, dat zijn manuscripten nooit voor de negentiende eeuw werden gepubliceerd en dat de meeste moderne machines dus niet aan het ‘genie’ zijn toe te schrijven. Da Vinci was bekwaam om buitengewone en vernieuwende dingen te creëren. Hij was een bijzonder talent en had een opmerkelijke intellectuele vaardigheid. Toch zijn weinig van Da Vinci’s ideeën in de praktijk gebracht.

Veel schilderijen en kunstwerken zijn onafgemaakt, juist vanwege Leonardo’s hang naar perfectie. Zo laat de expositie zien dat het bronzen ruiterstandbeeld ter ere van Sforza er nooit is gekomen. In 1490 begon Da Vinci aan zijn eerste studies van de Cavallo, een reusachtig ruiterstandbeeld van een steigerend paard dat werd bereden door Francesco Sforza, de vader van de hertog van Milaan. De codex van Madrid II bevat een reeks studies om het beeld in brons te gieten. Dit was door het reusachtige formaat van het standbeeld een technisch hoogstandje. Omdat het beeld twee keer groter was dan de grootste meesterwerken uit de beeldhouwkunst is, bleef het alleen een studie in aardewerk en werd het nooit in brons gegoten. In zijn absolute zoektocht naar perfectie vond Leonardo de voltooiingen wellicht niet eens zo belangrijk. Zijn ambitie lag in zijn schetsen, niet in de uitvoering.

Ook zijn er nooit concrete uitvindingen van Da Vinci in praktijk gebracht, al was hij een meester in mechanica en bouwkunde. Leonardo schetste de grondprincipes van de fiets, de voorloper van de automobiel en vliegende machines, maar het bleef bij theorieën en tekeningen. Een vliegend toestel, uitgerust met schroef en dat door sommigen wordt gezien als de voorloper van de moderne helikopter, was gedoemd te mislukken. De ophanging van deze luchtschroef zou een enorme drijfkracht vereist hebben, aldus Sébastien Pierre in de catalogus.

Voor deze nieuwsgierige man volstond het niet dat hij iets begreep, hij wilde het ook bewijzen en reproduceren. Door middel van zijn schetsen probeerde hij de essentie van een voorwerp, mens of dier te ontcijferen. Vandaar het grote aantal studies voor zijn schilderijen en ingenieurswerken dat nu te zien is. Leonardo da Vinci is eerder dan een genie een vooruitstrevende man, met een hardnekkige nauwkeurigheid. Hij was iemand die zijn tijd vooruit was met zijn wetenschappelijke methode, want deze werd uiteindelijk gevolgd door de Europese moderne technologie. De methode steunt namelijk tegelijk op intuïtie, een kritische geest, nieuwsgierigheid en waarneming, experimenten en communicatie, aldus Broun.

De tentoonstelling zelf weet evenmin te overtuigen dat Da Vinci een genie is. De opzet van de expositie bestaat uit vier perspectieven op Leonardo. Het eerste deel gaat in op De Mens, het tweede op De Kunstenaar, het derde op De Ingenieur en het vierde deel toont Leonardo als De Humanist. In de historie over Da Vinci’s leven krijg je niet de indruk met een geniaal persoon te maken te hebben. Werken van kunstenaars uit de renaissance duiden op een klimaat van verandering, maar het is niet duidelijk waarom Da Vinci zo bijzonder is in deze vernieuwende sfeer.

In De Kunstenaar komt een onderscheid tussen de architect, de beeldhouwer en de schilder aan bod. Hier mis je het geniale doordat het falen van Da Vinci wordt beklemtoond. De ideale steden van Leonardo blijven papieren plannen en ondanks zijn talrijke studies wordt hij vóór 1490 nergens officieel aangenomen als architect. Verder bedenkt Da Vinci allerlei oplossingen voor functionele problemen in de architectuur, maar deze zijn nagenoeg niet te verwezenlijken. Bij de schilderkunst zijn meer werken van Da Vinci’s leerlingen te zien dan van de meester zelf. Verder staan schilderijen van leerlingen op Leonardo’s naam.

In De Ingenieur worden grootse tekeningen van de parachute, de tank en vuurwapens tentoongesteld, maar hier is evenmin ooit iets van ten uitvoer gebracht. Tot slot heeft ook De Humanist weinig van een genie. Los van de anatomische belangstelling is niet duidelijk hoe Leonardo als humanist in het leven stond. In de tentoonstelling draait de belangstelling voor de mens namelijk om de techniek van het ontleden van het menselijk lichaam.

Het ‘genie’ wordt als Europees ideaal gezien om vijftig jaar Europa te symboliseren. De tentoonstelling over Da Vinci maakt deel uit van de activiteiten ter viering van dit jubileum. Met de ondertitel wil de expositie Europees onderzoek en technologie onder de aandacht brengen. Dit laat zien dat Europeanen ook nu nog vernieuwend zijn en een gemeenschappelijke visie op de toekomst hebben, staat op de website van de tentoonstelling. Da Vinci zou niet alleen zijn tijdgenoten maar tevens de volgende generaties, tot in de eenentwintigste eeuw, hebben beïnvloed. Deze internationale expositie, de grootste ooit over het werk en leven van Da Vinci, moet een ondernemend en stralend beeld van Europa uitbeelden. Leonardo da Vinci wordt aldus het symbool van de Europese identiteit.

Bij het creëren van één Europese identiteit staat voorop de Europese staatsburgers in een gemeenschappelijk economisch, cultureel en politiek project op te nemen. In dit ‘Eurodiscours’ wordt niet alleen verwezen naar een toekomstig gemeenschappelijk politiek project, maar ook naar gemeenschappelijke historische en culturele ‘roots’. Toch leeft er onder de burgers van de zevenentwintig lidstaten een groot wantrouwen jegens de Europese samenwerking.

Slechts vijfenveertig procent van de Europese ingezetenen heeft ‘enigszins’ vertrouwen in de EU, zo concludeerde een onderzoek van de Eurobarometer (2005). Vanwege dit wantrouwen is er nauwelijks sprake van een Europese identiteit. Deze argwaan is gevoed doordat de burger zich nauwelijks betrokken voelt bij Europese beslissingen, zoals de invoering van de euro. Verder hebben nationale regeringen Europa gebruikt om impopulaire maatregelen te rechtvaardigen. De verzelfstandiging van de nationale spoorwegen, het busvervoer en de energiebedrijven is doorgevoerd met het argument dat het ‘moest van Europa’, aldus fractievoorzitter van de SP Jan Marijnissen op zijn website.

Ook krijgt kritiek op Europa nauwelijks een plaats in het publieke debat. Het ‘nee’ van Frankrijk en Nederland tegen de Europese Grondwet geeft blijk van dit wantrouwen. Uit de Eurobarometer is verder gebleken dat slechts achtendertig procent van de Europese onderdanen zich ‘soms’ als Europeaan beschouwt. Ook begrijpt maar eenenveertig procent van de Europeanen hoe de EU in elkaar zit. Slechts de helft van de burgers vindt het een goede zaak dat hun land lid is van de Europese Unie.

Aan betrokkenheid, kennis en identiteit met betrekking tot Europa schort het dus nog. Om een politieke gemeenschap te vormen zal Europa, net zoals de natiestaten in de negentiende eeuw, zich een eigen identiteit moeten aanmeten. Dit kan alleen door burgers bij de geschiedenis, de totstandkoming en de huidige situatie van Europa te betrekken. Iconen waarmee Europese inwoners zich kunnen identificeren zijn hierbij van belang. Zo is Rembrandt een nationaal symbool voor Nederland en Napoleon voor Frankrijk. Europa zal ook op zoek moeten gaan naar zulke symbolen. Met Leonardo da Vinci, The European Genius heeft Europa ’50’ in samenwerking met de Europese Commissie getracht zoiets vorm te geven.

Het is de vraag of dat werkt. Toch is Da Vinci een goed symbool voor Europa. Want net zoals Leonardo’s ‘geniale’ ideeën nooit tot iets werkelijks hebben geleid, is ook de Europese identiteit goeddeels een papieren idee. Het wantrouwen onder de burgers is groot, en ondanks alle verdragen en samenwerkingsverbanden blijft Europa een abstract fenomeen, waar de burgers mijlen ver van af staan. Uiteindelijk zijn zowel Da Vinci’s uitvindingen als de Europese integratie en identiteit vooral bij mooie
theorieën gebleven, want woorden zijn dwergen, daden zijn bergen.

In het kader van ’50 Jaar Europa’ wordt een grote tentoonstelling georganiseerd in Brussel. De expo zal op een oppervlakte van 3.000 m² originele documenten, maquettes, codex en uitvindingen tentoonstellen die het resultaat zijn van Leonardo’s wetenschappelijke onderzoeken. De tentoonstelling omvat vijf thema’s: Leonardo’s leven, zijn schilderijen, zijn geschriften, zijn machines en tenslotte Europa’s draadkracht als fiere opvolgster van de grote meester.
De tentoonstelling vindt plaats in de Nationale Basiliek van Koekelberg te Brussel – de vijfde grootste kerk ter wereld – van 18 augustus 2007 tot en met 16 maart 2008.

Zie http://www.boekendingen.nl/wp-nieuws/?p=838 en http://www.tento.be/home/index.cfm?id=154&l=1&reqdate=C2238